Wat maakt dat de handen willen geven? Of… willen zij ontvangen?
Dienstbaarheid
Een woord alsof ze die zelf had uitgevonden.
Voor een groot deel bestond haar leven in het teken van dienstbaarheid,
Wellicht herkenbaar voor velen.
Wat raakt het woord in jou?
Het dienstbaar zijn wordt verwacht,
Hiermee wordt (onbewust) goedkeuring en waardering geoogst.
En ja er wordt heel goed werk mee verricht.
Het is goed dienstbaar te zijn,
Waar zouden we anders zijn met z’n allen.
Maar is de dienstbaarheid compleet, is het vanuit gezonde gronding?
Is het uit liefde en bereidheid?
Of is het uit gewoonte en gedrag?
Is het uit overleving, een toestemming om dan te mogen bestaan.
Of uit een solide basis, omdat er echt oprecht te geven is.
Misschien herken jij iets?
Ze was als kind dienstbaar aan moeder,
wellicht in de drukte van de andere kinderen.
Behulpzaam aan vader, als aanpakker, als doener.
Ze werd dienstbaar aan het systeem waarin ze opgroeide,
de school, de studie, ze deed haar stinkende best.
Was lief, was aardig.
Ging in dienst van organisaties, de maatschappij.
Ze deed zoals verwacht werd, zoals extern gewenst.
Ze koos een dienstbaar beroep,
Als 1e hulpverlener, dienend aan het leven.
Bij nacht en ontij, ook al was ze bekaf, dienst verlenen.
Want haar hulp was nodig.
Vragen voor zichzelf was niet aan de orde,
collega’s hadden het al zwaar
Ze gaf de ruimte aan hem die ze trouwde,
Opdat hij aan bedrijf kon bouwen,
zo weer beter in z’n vel zou zitten,
Zelfs later opdat het zou blijven voortbestaan.
Ze werd dienstbaar aan haar kinderen,
Maar dit was anders, een ander zorgen voor.
Vervullend in haar moederschap.
Ze was dienstbaar aan de organisatie, de instelling,
aan werk, collega’s.
Als het daar maar goed ging,
zij prettig werkten, zelfs goed naar huis gingen.
Ze was dienstbaar aan familie, vrienden.
De deur was open, het eten stond klaar.
Zelfs als zij hoge nood had,
onderwijl een stille glimlach tevoorschijn toverend,
de handen bewegend opdat alles in orde kwam.
In de dienstbaarheid zette ze zichzelf in, keer op keer.
maar zette zichzelf ook aan de kant, vergat zichzelf mee te nemen,
alsof het de normaalste zaak van de wereld was.
Immers zij was sterk, zij redde zich wel.
Ze wist niet anders, had het zelfs niet door.
En de dienstbaarheid was dik bevriend met loyaliteit,
zij gingen hand in hand. Een symbiose?!
Ze deed alles met goede bedoelingen,
Had met een ieder het beste voor!
Ondertussen probeerde ze zichzelf te ontplooien,
Deed dat stap voor stap.
Gaandeweg leerde ze om nee te zeggen,
haar agenda beter te bewaken.
Maar al die tijd wist ze één ding niet.
Dus kende ze
Burn out,
Afscheid van ’s werelds mooiste beroep,
Klokkenluider, collega’s die niets meer lieten horen.
Maatschappelijke uitsluiting, omdat ze overheidsdruk niet opvolgde.
Scheiding, verhuizing, loslaten van de plek van haar gezin.
Ze kende familiebreuk, de plekken eisten meedogenloos een reset.
En ze kende hem, die plots verdween.
Was ze niet liefdevol behulpzaam geweest?
Ze ervaarde afwijzing, ze voelde zich verlaten,
en misschien ook wel belazerd.
Wie was er nu voor haar?
O wat deed het pijn.
Ze ging diep door haar schaduw, het was zelfs donker.
Vele emoties kwamen vrij, onverwerkte en nieuwe,
Verdriet, boosheid, angst, teleurstelling, onbegrip en meer.
Als ook verlatenheid, afwijzing en eenzaamheid.
Ze werden doorleefd, wat was dat een klus.
Ze realiseerde, nu niet enkel in het denken,
maar tot in haar diepste wezen.
Het allerbelangrijkste had ze niet begrepen,
niet geleerd, ze had niet geweten hoe.
De oorzakelijke kern onder haar gedrag, haar dienstbaarheid.
Immers als zij dienstbaar en loyaal was,
werd ze gewaardeerd, ontving goedkeuring.
Toch was het haar daar niet om te doen.
Het was het kleine meisje, de of baby van toen.
Het kindje dat geleerd had dat het zo hoorde,
De anderen op één.
Niet beseffende dat het uit een oer overleving kwam.
Een verborgen angst, omdat het ooit was gebeurd.
Dus zat er diep gekerfd, een overtuiging ooit vastgezet,
wellicht in een vorig bestaan.
“Als ik nu klaar sta, voor hen die het nodig hebben,
dan zullen ze me niet verlaten, kan afwijzing niet meer zijn.”
Zichzelf hiermee vergetende, dat was niet ‘belangrijk’,
want zij ‘redde’ zich wel.
Maar dankzij afwijzing en verlaten worden,
Het ‘alleen’ moeten uitzoeken,
en toch steunende handen, soms uit onverwachte hoek.
Kon zij naar haar diepste kern.
Wat roerde daar nu werkelijk.
Ze had zichzelf te omarmen in alles wat ze was.
Ze had haar dieper wezen, ook de jonge vergeten versies van voorheen.
gerust te stellen, lief te hebben, een veilige bedding te geven.
Zo kon ze leren dienstbaar te zijn aan zichzelf.
Vanuit deze dienstbaarheid naar zichzelf,
volgt er gezonde dienstbaarheid naar dat om haar heen.
Want er is niks mis met dienstbaarheid.
Het gaat om de laag waar het uit vandaan komt.
Niet als personage, gehoorzamend aan hen die het hardste roepen, vaak dogma’s dienend.
Niet uit schuld en schaamte, maar vanuit een oprechte liefde.
Niet uit angst, doe ik het wel goed, straks keren ze mij de rug.
Maar uit zelfvertrouwen en weten van de eigen waarde.
Om wie je echt bent en wat je hier te doen hebt.
Dat er geven is, maar ook ontvangen,
in wederkerigheid.
Naar dat wat zij in dit aardse bestaan te brengen heeft.
De handen die geven, de handen die ook kunnen ontvangen.
En vanuit de numerologie,
een grote 9 in het midden😉
