De pijn van de voorouders
De pijn van onze voorouders
Dat wat niet uitgesproken werd
Dat wat niet gezien mocht worden
Dat wat afgesloten was
Dat wat bevroren was
Dat wat het hart afsloot,
als een steen zo zwaar.
Het sijpelt door de familielijnen,
Voelbaar voor hen die volgden,
kinderen, kleinkinderenen, achterkleinkinderen.
Het is een soort normaal,
De dynamiek die de familiebanden overheerst.
Misschien is het een diep schuldgevoel, er niet te mogen zijn.
Of schaamte, om gezien te worden, dus ga je braaf voort.
Of een intens verdriet, die steeds maar weggeslikt wordt, verborgen achter een glimlach.
Misschien is het boosheid, die uit in lichamelijke kwalen.
Ze weten niet anders,
de klein-kinderen van de voorouders.
Dan dat het zo hoort in deze familie.
Dus volgen zij, doen zij, dat wat hun voorgehouden werd.
Onbewust, uit vermeende veiligheid en loyaliteit.
En leven zij hun leventje voort, ploeterend ofwel futloos op de bank.
Echter deze pijn,
of het nu schuld, schaamte, verdriet, boosheid of anders is.
wil gezien worden,
wil gehoord worden,
wil woorden krijgen.
Het wil doorvoeld en doorleefd worden
In al zijn verdriet, boosheid, onmacht,
In al zijn pure pijn
Zodat de energie kan veranderen,
De zwaarte kan oplossen.
Het geheim verdwijnt.
Het niet meer (onbewust) meegedragen hoeft te worden.
Om de overdracht, de grip op hen die na hen kwamen los te laten,
De mist trekt op,
stukje bij beetje, en soms ineens.
Het wordt helder,
Het licht is weer zichtbaar.
En wordt de ruimte gezien
Die er voor een ieder is.
Waar men innerlijke vrijheid kan ervaren.
Op een bodem van warm zelf-vertrouwen.
Waar de lichte energie vrijelijk kan stromen.
Misschien zelfs nieuwe paden zichtbaar maakt om te gaan.
Zodat een ieder in dankbaarheid en lichtheid het eigen pad kan vervolgen.
Wat gaat er schuil in de mist van jouw familie?
