Mijn geboorteverhaal
Een paar maanden na het huwelijk van mijn ouders kondigde ik mij aan, daalde ik in de buik van mijn moeder. Mijn ouders verheugden zich, hadden alle aandacht voor mijn komst, en tevens was er onbekendheid, onzekerheid en bescheidenheid. Ik was namelijk hun eerste kind; hun 1e dochter. Het was eind jaren 60, dit om iets over te tijdsgeest van de geboortezorg destijds weer te geven. De huisarts durfde het niet aan mijn moeder thuis te laten bevallen, dus moesten we naar het ziekenhuis, toen de bevalling zich aankondigde, keurig op tijd. De bevalling zou nog lang duren dus mijn vader werd naar huis gestuurd. Maar het ging sneller dan verwacht, dus mijn vader snel terug, met de taxi, want een auto was er niet.
Toen ik daadwerkelijk geboren wilde worden, was de arts niet aanwezig en moest mijn moeder de persweeën tegenhouden. Ik moest dus wachten op de dokter, een autoriteit. Dat vond ik, daar in het baringskanaal, ellendig en beangstigde me. Want ik kreeg het steeds benauwder, maar ik mocht nog niet komen, ik werd tegengehouden. Blauw kwam ik ter wereld, ik was omstrengeld geweest, dus ook hier werd ik tegengehouden. ik kreeg een tik om me tot ademen aan te zetten. De 1e imprints waren gezet.
Het kraambed vond toen volledig in het ziekenhuis plaats. De baby’s lagen in kunststof bedjes op een aparte afdeling, weg van hun moeder. Als baby snapte ik er niks van, Waar was mama nou? Waar ben ik terecht gekomen? En concludeerde dat huilen geen zin had. Dit was wat mijn babybewustzijn op sloeg (zou ik later in regressie herbeleven). De kwam een volgende imprint.
Op gezette voedingstijden mocht ik naar mijn moeder en drinken aan haar borst. Mijn moeder zou later zeggen: “Gelukkig gaf ik borstvoeding, zo mocht jij langer bij me liggen”.
Na 10 dagen gingen we huiswaarts. En ving mijn leven aan op een heerlijk vrije plek in het bos, samen met een hond. We zouden veel wandelen. Ik kon spelen in de tuin. Ontving de 1e twee jaar veel aandacht. En ik bleek een sensitief kind die met ‘niksjes’ speelde en haar eigen woorden had. Maar kon ook de rare drukte van de grote mensen als imponerend ervaren. Dit alles zou in de loop der tijd naar het onderbewustzijn zakken.
